Joods Maassluis

Joods leven in Maassluis 1688 - 1942

De tentoonstelling Joods leven in Maassluis vond plaats in 1999 in het gemeentemuseum te Maassluis.
Bekijk veel foto’s en luister (door mp3 bestanden te downloaden) naar de boeiende maar ook trieste joodse geschiedenis van de stad Maassluis.

In memoriam 1940 - 1945

Familie Van Gelderen

De vleeschhouwerij van de familie Van Gelderen werd gesticht door Joseph P. van Gelderen in 1838; zijn zoon Mozes nam de slagerij in 1879 over. Na diens pensioen in 1926 nam op zijn beurt zijn zoon Joseph de zaak over. De slagerij van Mozes van Gelderen was kosjer. De slagerij van Joseph was dat niet meer.

famVanGelderen
Deze foto is gemaakt vóór de slagerij van Van Gelderen op de Markt. v.l.n.r.: Terlouw (knecht), Henriette van Gelderen-Hamburg (echtgenote van de slager), hun dochter Beppie, Joseph van Gelderen (slager) en Piet Roosenboom (knecht).

Met Pasen mag na een periode van vasten als voorbereiding op het paasfeest weer volop vlees worden gegeten. Er waren speciale markten of tentoonstellingen voor paasvee, met daaraan gekoppeld een wedstrijdelement.

In de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog was het gebruikelijk dat de slager speciaal wanneer het dier een prijs had gewonnen, een rondje liep door de buurt waarin zijn klanten woonden. In ieder geval werd er een foto gemaakt voor de zaak met de slagersfamilie eromheen, die dan later in de zaak prijkte.

tegeltableauVanGelderen
Tegeltableau dat geplaatst was in de voormalige slagerij van de familie Van Gelderen. Philip van Gelderen, zoon van Mozes, die in 1940 met zijn gezin naar de Verenigde Staten vluchtte, verzocht om plaatsing van het tegeltableau. Hij bedacht ook de tekst. Het tegeltableau werd aangebracht door de firma D.L. Baauw & Co uit Vlaardingen in 1949. Inmiddels hangt er een tweede versie van het tableau. Slagerij Warnaar die in 1943 in het pand trok, omdat zijn zaak in de Wagenstraat door het bombardement op Maassluis op 18 maart 1943 verwoest was, kocht het pand na de oorlog van Philip van Gelderen. herkomst: schenking van A. Pasterkamp, Maassluis (gerestaureerd in 1986)

mozesVanGelderen koninginWilhelmina
Mozes van Gelderen spreekt koningin Wilhelmina toe bij haar bezoek aan Maassluis in 1924. Bij het bezoek van H.M. de Koningin aan Maassluis op 19 September 1924, stonden de deuren van de synagoge open en waren de lampen in het gebouw aangestoken. Gedurende het korte oponthoud bij de synagoge werd Hare Majesteit door de Heer Mozes van Gelderen, voorzitter van het Bestuur der Israëlietische Gemeente, als volgt toegesproken:

Majesteit,
Als oudste lid van deze kleine Israëlietische gemeente valt mij de hooge eer te beurt Uwe Majesteit op dezen voor ons zoo gewichtigen dag te mogen begroeten. Te mogen begroeten nabij de plek, waar op gezette tijden een gebed opwaarts wordt gezonden voor het welzijn van Uwe Majesteit en Uw Koninklijk Huis.
Wij Smeeken steeds de Algoede, dat Hij Uwe Majesteit een lang leven schenke, opdat U over Uw volk, waartoe ook wij behooren, tot in lengte van dagen zult blijven regeeren met diezelfde liefde, zooals steeds door Uwe Majesteit en Uw roemrijk voorgeslacht is geschied. Laat mij eindigen met Uwe Majesteit den zegen toe te voegen, dien de Hoogepriester over zijn volk uitsprak: God zegene U en behoede U. Amen.

Terwijl Hare Majesteit de Heer van Gelderen de hand reikte, antwoordde Zij hem als volgt:

Mijnheer,
Ik dank U voor Uw schoone woorden, zij hebben mij zeer getroffen. Ik ben er zeer erkentelijk voor en stel het op hoogen prijs.

Uit: S. Blom, Geschiedenis van Maassuis. Ontstaan en ontwikkeling der stad. Utrecht 1948

collectie: Eva Kesselman-Drukker, Lakewood (V.S.)

Familieportret van Gelderen

familieportretVanGelderen

 MozesJosephvanGelderen
Mozes Joseph van Gelderen (Maassluis 1857-1943 Sobibor)

EmanuelvanGelderenMeijervanGelderenIsaacvanGelderenRebekkavanGelderen vandenBerg
Emanuel van Gelderen (Maassluis 1890-1942 Auschwitz)
Meijer van Gelderen (Maassluis 1893-1943 Auschwitz)
Isaac van Gelderen (Maassluis 1895-1942 Birkenau)
Rebekka van Gelderen-van den Berg (s-Gravenhage 1897-1942 Auschwitz)

PhilipvanGelderenRosettavanGelderen PolackBerthaElizabethvanGelderenLouisevanGelderen
Philip van Gelderen
Rosetta van Gelderen-Polack
Bertha Elizabeth van Gelderen
Louise van Gelderen

SalomonMarkusDrukkerSaraMargarethaDrukker vanGelderen
Salomon Markus Drukker (Rotterdam 1888-1961 V.S.)
Sara Margaretha Drukker-van Gelderen (Maassluis 1898-1983 V.S.)
Zij verlieten Nederland in 1939.

ElizabethKatan vanGelderenMauritsJacobKatanJacobKatanPhilipMauritzKatanMarieCohen Katan
Elizabeth Katan-van Gelderen (Maassluis 1887-1942 Auschwitz)
Maurits Jacob Katan (1939)
Jacob Katan (Maassluis 1914-1943 Auschwitz)
Philip Mauritz Katan (Maassluis 1919-1943 Auschwitz)
Marie Cohen-Katan (geboren in Maassluis)

IsaacvanGelderenRebekkavanGelderen vandenBergBerthaRosettavanGelderen
Isaac van Gelderen (Maassluis 1895-1942 Birkenau)
Rebekka van Gelderen-van den Berg (s-Gravenhage 1897-1942 Auschwitz)
Bertha Rosetta van Gelderen (s-Gravenhage 1931-1942 Auschwitz)

JosephvanGelderenHenriettevanGelderen HamburgBerthavanGelderen
Joseph van Gelderen (Maassluis 1888-1942 Auschwitz)
Henriette van Gelderen-Hamburg (Zutphen 1887-1942 Auschwitz)
Bertha van Gelderen (Amsterdam 1922-1942 Auschwitz)

Familiealbum van Gelderen

Familie Album (collectie Miep Dijkstra)

Familie Album (collectie Louise Shapiro-van Gelderen, Gransonville (V.S.)

voorSlagerijVanGelderen
Mozes van Gelderen , Joseph van Gelderen (zijn zoon), de huishoudster van Mozes van Gelderen,
Henriette (Jetje) van Gelderen (de echtgenote van Joseph) en Emanuel van Gelderen (zoon van Mozes).
Emanuel was keurmeester te Vlaardingen.
De foto is gemaakt voor slagerij Van Gelderen.

Het Dienstmeisje

hetDienstmeisje
Deze foto is gemaakt omstreeks 1930 tijdens een uitstapje van Pie Rietdijk (dienstmeisje bij slager Joseph van Gelderen, derde van links), haar nichten en Beppie van Gelderen (dochter van de slager, tweede van links). Beppie van Gelderen was toen ongeveer acht jaar oud.
Collectie: familie De Haan, Maassluis

De familie Coltof

familieColtof
De familie Coltof

woonhuisFamilieColtof
Voormalig woonhuis annex fotoatelier van de familie Coltof, Noordvliet 69 te Maassluis.
Gebouwd in 1911 in opdracht van Levi Coltof door de Vlaardingse architect Arij van Maarleveld.
foto: Martin Luijendijk, Maassluis

ansichtkaartSynagoge
Ansichtkaart met daarop rechts de synagoge aan de Groen van Prinstererkade, circa 1915

De P.C. Hooftlaan met de brug bestond toen nog niet. Het pand uiterst links op de foto bevindt zich ter hoogte van de Schuurkerk.
De Maassluise synagoge stond aan de westzijde van de Zuidvliet even ten noorden van het Baanslop. Aan de zuidkant van het terrein stond een huis, een krot, waarin mijn vader geboren is. De synagoge (sjoel) was verkeerd gebouwd. Je hoort oostwaarts te bidden en hier was de ark in het noorden geplaatst. Boven de ark was een geschulpte rand van hout met erboven in het Hebreeuws: weet voor wie je staat. Daarboven een schild met de tien geboden met een kroon erboven.

Over de breedte van de synagoge liepen drie treden. Vlak voor deze treden stond een lessenaar voor de voorganger. Centraal in de ruimte was een verhoging waar je van twee kanten met twee treden op kon komen. Aan de voorkant van deze verhoging stond een lessenaar waarop de thora gelegd werd ter voorlezing. Aan de achterkant stond een bank. Oorspronkelijk was er gasverlichting, deze is later door elektrische verlichting vervangen. Als je het portaal van de sjoel binnenkwam was aan de rechterhand een wc met emaille wasbakje en aan de linkerhand een trap die naar de vrouwengalerij ging. Ik schat dat daar ongeveer dertig plaatsen waren.

Uit een brief van dr. Louis A. Coltof uit Tampa (V.S.) aan het Gemeentemuseum Maassluis.
uitgave: J. de Raaf en Zoon, Maassluis
collectie: Museum Maassluis

chanoukaKandelaar
In de Kamer staat een koperen Chanouka kandelaar.

Begraafplaats

Collectie Historische Vereniging Maassluis

De joods begraafplaats bevond zich aan de Roggekade te Maassluis Er is in 1937 voor het laatst iemand ter aarde besteld. De begraafplaats wordt in 1948 door de gemeente Maassluis van de joodse gemeente Rotterdam gekocht en wordt in 1950 geruimd. De stoffelijke resten begraaft men op de Algemene Gemeentelijke Begraafplaats en tot slot worden ook de drieëntwintig grafstenen daarheen gebracht.

maquetteJoodseGrafzerken
Maquette van de joodse grafzerken op de Algemene Gemeentelijke Begraafplaats te Maassluis.

De grafstenen zijn zeer traditioneel en bevatten slechts enkele malen bijzondere gegevens over het leven of het beroep van de begravenen. Wanneer het de algemeen gangbare afkortingen van traditionele zegenspreuken betreft of andere bijbelse of talmoedische teksten, soms verwerkt in naamdichten, waarvan de eerste letter van iedere versregel de Hebreeuwse voornaam van de overledene vermeldt, maar waarvan de inhoud geen verdere gegevens over de overledene bevat, zijn deze niet in de vertaling opgenomen. De geïnteresseerden kunnen deze teksten zelf van de afgebeelde grafstenen aflezen. In enkele gevallen is het duidelijk dat de steenhouwer zijn voorbeeld niet goed heeft gelezen en de Hebreeuwse letters, die veel op elkaar lijken, door elkaar heeft gehaald, zoals de Hebreeuwse letter samech (s) en de sluitvorm van de letter mem (m).

In een enkel geval correspondeert de omrekening van de joodse datum niet met die van de niet-joodse. In dat geval is in de vertaling de correcte omrekening opgenomen. Wanneer op de grafsteen apart is aangegeven, wanneer de overledene ten grave is gedragen betekent dit dat hij of zij op een tijdstip is overleden, dat het niet mogelijk maakte de overledene de dag volgende op het overlijden te begraven, zoals de joodse wet dit voorschrijft, bijvoorbeeld op een vrijdag of op een van de feestdagen.

De namen van de overledenen zijn weergegeven met de gangbare Nederlandse spelling van bijbelse namen en niet in transcriptie van het Hebreeuws. De Jiddische namen van enige vrouwen zijn weergegeven, zoals ze werden uitgesproken.

De voornamen van de mannen en vrouwen gaan altijd vergezeld van de voornamen van hun vaders, aangegeven door ben (Hebreeuws: zoon van) bat (Hebreeuws: dochter van). De twee handen met gespreide vingers op een grafsteen duiden op het behoren tot het geslacht der priesters, ook aangeduid door de naam Kohen (Hebreeuws: priester), een schenkkan met schotel duidt op het behoren tot de stam van de levieten, de priesterdienaren, ook aangeduid door de naam Levi(e), Halevi of Segal. De Hebreeuwse kalender volgt het maanjaar, waardoor er op gezette tijden een gehele maand (Adar II) wordt ingevoegd, om de jaargetijden weer goed te laten verlopen. Het nieuwe joodse jaar begint met het nieuwjaarsfeest op 1 Tisjri, dat meestal in de maand september valt. De jaarrekening wordt geteld vanaf de schepping der aarde volgens berekening van de rabbijnen.

De omrekening van joodse data naar onze tijdrekening is gedaan met behulp van de tabellen in het boek van Eduard Mahler, Handbuch der jüdischen Chronologie, Hildesheim 1967.

Van links naar rechts een overzicht per graf.

Boek

boek
Over de joodse gemeenschap in Maassluis is tot nog toe weinig gepubliceerd. Lange tijd werden joodse gemeenschappen in de mediene (mediene duidt op joden in een kleine stad of plattelandsgemeente buiten Amsterdam) te onbelangrijk geacht om er onderzoek naar te verrichten. De belangstelling ging voornamelijk uit naar geloofsgenoten in de grote steden. De urbane joodse gemeenschappen waren groter en kenden een rijker sociaal en cultureel leven. Het leven van kleine venters, kooplieden en slachters kon niemand boeien. Daarbij leek de tijd op het platteland stil te staan. Maatschappelijke veranderingen voltrokken zich er in een veel trager tempo dan in de stedelijke omgeving.

De laatste decennia is hierin echter verandering gekomen. Tal van factoren hebben ertoe bijgedragen dat de interesse in dit relatief verwaarloosd terrein van de joodse geschiedenis is toegenomen in Nederland. Met de opkomst van de sociaal-economische en mentaliteitsgeschiedenis werd het leven van de gewone man een aanvaard onderzoeksthema. Verder is de joodse cultuur grotendeels door de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog verdwenen. Het belangrijkste wat ons nog aan hen herinnert, zijn de begraafplaatsen en synagogen die de tand des tijds hebben doorstaan.

In Joods leven in Maassluis 1688-1942 wordt deze verdwenen cultuur beschreven en in beeld gebracht. Het is in de eerste plaats een beschrijving van het dagelijks leven van de Maassluise joden vanaf de zeventiende tot begin twintigste eeuw. Joden in de mediene waren aangewezen op hun christelijke omgeving. Ze waren van de plaatselijke overheid afhankelijk voor het aanleggen van een begraafplaats of voor het houden van religieuze bijeenkomsten. Een goed contact met de niet-joodse omgeving was voor de joden zowel in religieus als economisch opzicht van levensbelang. Het gaat hier om een kleine gemeenschap die alleen tijdens haar bloeiperiode meer dan honderd leden telt. Gezien haar geringe omvang hadden leden waarschijnlijk een heel ander contact met hun christelijke omgeving dan hun geloofsgenoten in de grote steden. In een klein stadje waar iedereen elkaar kende, moet de sociale controle in ieder geval vele malen groter zijn geweest. De anonimiteit van de grote stad ontbrak volledig en zij moesten het stellen zonder de geborgenheid die een grote joodse gemeenschap haar leden te bieden had. Vanzelfsprekend hebben deze ontwikkelingen de assimilatie van de joden niet bevorderd. Voorts heeft wellicht een kleine steedse omgeving het individu in zijn bewegingsvrijheid en beroepskeuze beperkt. In Joods leven in Maassluis 1688-1942 wordt zijdelings aandacht aan deze verschijnselen besteed.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel is hoofdzakelijk gebaseerd op geschreven bronnen en geeft een schets van het joods leven in Maassluis vanaf 1688 tot 1942. Van de joodse gemeente van Maassluis is geen archief bewaard gebleven. De geraadpleegde bronnen zijn afkomstig uit het oude (van voor 1811) en nieuwe archief van Maassluis, het gerechtelijk en notarieel archief. Joods materiaal is afkomstig uit de archieven van de Hoofdsynagoge van s-Gravenhage, het Ministerie van Erediensten en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.

Het tweede deel bestaat grotendeels uit beeldmateriaal met daarbij behorende beschrijvingen. Aan de hand van afbeeldingen van ceremoniele voorwerpen en familiekiekjes wordt het verleden van de Maassluise joden tastbaar gemaakt.

Alle afgebeelde objecten zijn afkomstig van de joodse gemeenschap van Maassluis en bevinden zich thans in het Museum Maassluis. De familiefotos zijn particulier bezit of bevinden zich in de fotocollectie van het museum. Er is veel materiaal bij dat tot op heden onbekend of ontoegankelijk was. Bij het onderzoek naar dit materiaal is veel gebruikgemaakt van interviews en correspondentie met huidige en voormalige (joodse) inwoners van Maassluis. Een lijst van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog besluit dit deel.

In het derde deel zijn fotos opgenomen van de drieentwintig overgebleven joodse grafstenen die zich op de Algemene Gemeentelijke Begraafplaats van Maassluis bevinden. De Hebreeuwse teksten zijn vertaald en waar mogelijk aangevuld met genealogische gegevens.

Het tekstgedeelte van het boek bestaat uit zeven hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt de komst van de eerste joden naar Maassluis besproken, alsmede het toelatingsbeleid dat de gemeente ten aanzien van hen voerde. Vervolgens wordt in hoofdstuk twee en drie aandacht besteed aan de bouw van de drie synagogen die Maassluis kende. Het waren belangrijke gebeurtenissen die blijkbaar spanning binnen de gemeenschap opriepen dat ze elke keer weer met de nodige ruzie gepaard gingen. Verder wordt kort ingegaan op de gevolgen die de burgerlijke gelijkstelling van 1796 voor de joden had en de nieuwe organisatiestructuur binnen de joodse gemeenschap tijdens het bewind van Willem I. Hoofdstuk vier is geheel gewijd aan het sociale joodse leven. Er worden vragen beantwoord als: welke relatie onderhield de joodse gemeenschap met de plaatselijke overheid en hoe reageerden de joden op de verplichte kerkelijke bijdrage en de bijdrage die ze aan het inkomen van de opperrabbijn dienden te leveren? Nadat de functies van schoolmeester, voorzanger, voorlezer, koster en ritueel slachter de revue passeren, worden tot slot de rituelen rond besnijdenis, huwelijk en overlijden beschreven.

In hoofdstuk vijf wordt dieper op de armenzorg ingegaan. Sinds 1795 krijgt de joodse armenzorg steun van de overheid aan wie zij de besteding van verstrekte gelden moet verantwoorden. Regelmatig kwam de armenzorg in financiele problemen, zeker als ze ook nog de uit de gemeente afkomstige armen die zich intussen elders hadden gevestigd (de zogenaamde buiten-armen) moest ondersteunen. Wie zij waren en in welke mate ze van armenzorg afhankelijk waren, zijn vragen die in dit deel worden beantwoord.

Hoofdstuk zes behandelt de economische activiteiten van de Maassluise joden. Zij verdienden hun dagelijks brood overwegend in de handel. Het waren verkopers van loten, koffie, thee en chocolade, goud en zilver, hoeden en petten en manufacturen. Velen stonden op de markt of gingen met hun waren langs de deur, terwijl anderen in de kredietverstrekking of als slager actief waren. Ook waren er enkelen die werkten als meid of knecht bij beter gesitueerden.

In het laatste hoofdstuk worden enkele demografische ontwikkelingen binnen de joodse gemeenschap beschreven en een daarmee samenhangende verschijnselen zoals migratie. Tevens wordt hun huisvesting in die periode nader bekeken.

Boek. Joods leven in Maassluis, 1688-1942, mw. drs. E. Banki, drs. L.M. van der Hoeven, Maassluis 2000.
ISBN. 90-803236-2-4